Innsbruck
Het heeft vannacht wel een klein beetje geregend, maar de dag start opnieuw met blauwe lucht en veel zon. Als we wakker zijn, komen er berichten binnen dat Jesper en Paul vannacht bij de eerste hulp in Dirksland hebben gezeten om een diepe snee in Jesper’s vinger te laten hechten en dus meer niet dan wel geslapen hebben. Als we daarna ook nog merken dat Jesper gisteren zijn portemonnee verloren is, dat er een vinder is die ons huisnummer heeft gebeld, maar dat Jesper dacht dat hij het nummer wel kon terugzien op de vaste telefoon en geen naam en telefoonnummer van de vinder heeft, zijn we een groot deel van de dag (in gedachten) met andere dingen bezig dan met vakantie vieren.
We hebben ondanks de opstartmoeilijkheden vandaag Innsbruck bezocht. Het kleine dorp waar we kamperen, heeft vrijwel geen voorzieningen, maar wel een treinstation, dat op 15 minuten lopen is. Om 12 uur arriveren we op het centraal station van Innsbruck. We lopen eerst een klein stukje van het oude stadscentrum vandaan op zoek naar de Olympische ijshal van de Winterspelen van 1964 en 1976, gelegen aan de Olympia Straβe. Het gebouw is snel gevonden, maar niet toegankelijk, behalve voor diverse vormen van coronatesten. Ook zien we de Olympische schansspringbaan in de bergen naast de stad liggen. Daarna lopen we naar het oude centrum om daar nog een poosje rond te dwalen en wat winkeltjes te bezoeken. Als we weer onderweg gaan naar het station begint het te spetteren, dus we wachten maar in het station tot de trein vertrekt. Het regent nog steeds (zachtjes) als we van het station naar de camping teruglopen. Als we binnen in de camper zitten, gaat het alleen nog maar harder regenen, dus dat wordt binnen koken/eten vandaag. We bestellen frietjes bij het restaurant van de camping, zodat we met 1 pitje toekunnen om toch weer een heerlijke maaltijd op tafel te krijgen. Pas rond half 9 wordt het droog. Ruud en Liske vertrekken snel naar het dorp om geld te pinnen, want op deze camping kunnen we alleen met contant geld betalen. De geldautomaat zit in het bankgebouw, maar met je pinpas kun je de deur openen en voel je je net als een inbreker in een leeg en donker bankgebouw. De bank heeft nog wat contanten voor ons en we mogen ook het bankgebouw weer verlaten. Terug bij de camping is het nog steeds droog en lukt het zelfs om nog een uurtje buiten te zitten en alvast buiten op te ruimen wat mogelijk is, voor het geval het morgen echt de hele dag regent.